STRATEGIE & GROEI

Steve Jobs was een klassieke marketeer.

Wat de heiligenverhalen weglaten over de man die marketing zogenaamd overbodig maakte

5 min leestijd

Op 23 september 1997 staat Steve Jobs in een zaaltje voor zijn eigen mensen. Apple verkeert in acute geldnood; in augustus moest aartsrivaal Microsoft met 150 miljoen dollar bijspringen. En waarmee opent hij? Niet met een product, een roadmap of een reorganisatie. Met marketing: "To me, marketing is about values."

Jobs wordt vandaag aangehaald als bewijs dat de klassieke marketing dood is. Zogenaamd geen onderzoek, geen doelgroepen, geen vier P’s, alleen genie en een zwarte coltrui. Wie de feiten naloopt, vindt het omgekeerde: een man die het klassieke marketingvak strenger uitvoerde dan de handboeken durfden voor te schrijven.

Waarden, geen specificaties

Zijn voorbeeld die middag in 1997 is Nike. Nike verkoopt schoenen, een commodity, en praat nooit over luchtzolen. “They honor great athletes. And they honor great athletics.” Wie aan Nike denkt, voelt iets anders dan een schoenenfabriek.

In diezelfde meeting introduceert hij Think Different: een campagne zonder één product erin. Apple had wel computers te koop, maar hield ze bewust buiten beeld; de eerste iMac kwam pas in 1998. Eerst het merk betekenis geven, dan pas verkopen.

Wie dit nu terugleest, herkent wat Binet en Field later met data onderbouwden: merkbouw en activatie doen elk iets anders, en je hebt ze allebei nodig, in een balans die per markt verschilt. Jobs koos zonder die studie voor merkbetekenis, midden in een crisis. Juist als de druk op directe verkoop het hoogst is, wordt merkbouw vaak als eerste geschrapt. Hij deed het omgekeerde.

De volgorde

Eerder dat jaar, in mei op WWDC, krijgt Jobs uit de zaal te horen dat hij niet weet waar hij het over heeft. Zijn antwoord werd de bekendste volgorde-les uit het vak: “You’ve got to start with the customer experience and work backwards to the technology.” Iedereen citeert die zin. Bijna niemand citeert wat erachteraan kwam: “I’ve made this mistake probably more than anybody else in this room, and I’ve got the scar tissue to prove it.”

Het is geen visie, het is discipline. Niet: dit kunnen we, aan wie slijten we het. Maar: dit moet iemand ervaren, dus dit moeten wij kunnen. De richting van die pijl is het hele verschil.

Eén zin per product

“1,000 songs in your pocket” (2001). Niet: vijf gigabyte harddisk met FireWire. De iPhone was “an iPod, a phone, an internet communicator” (2007). De MacBook Air was “the world’s thinnest notebook” en kwam op het podium uit een envelop (2008).

De bekendste lanceringen kregen één dominante gedachte mee, geformuleerd in het leven van de koper, niet in de taal van de techniek. Die ene zin is meer dan copywriting. Het is een harde toets of het denkwerk af is: wie zijn product niet in één zin kan samenvatten, heeft nog niet gekozen wat het betekent.

Het portfolio als positionering

Terug in 1997 schrapte Jobs tientallen productlijnen tot een matrix van twee bij twee: consument of professional, desktop of draagbaar. “Deciding what not to do is as important as deciding what to do.”

Dat wordt verteld als een productbeslissing. Het was net zo goed een positioneringsbeslissing. Een merk dat veel aanbiedt zonder heldere logica, is moeilijk te begrijpen, te onthouden en te verkopen. Een verkoper met vier producten kan ze alle vier uitleggen. In Rumelts latere taal is dat een guiding policy: één beleidslijn waaraan elke volgende keuze te toetsen is. Het portfolio wás de positionering.

Herkenbaar tot in het snoer

De meeste koptelefoons waren zwart. Apple hield de oordopjes van de iPod consequent wit, en ineens was elke iPod-bezitter op straat herkenbaar. De silhouettencampagne vanaf 2003 vergrootte precies dat signaal: zwarte dansers, witte draad, klaar.

Het is wat Sharp en Romaniuk later distinctive assets noemden: signalen waaraan je een merk herkent zonder de naam te lezen. Jobs deed het gewoon. Zelfde principe in de doos: Apple ontwierp het uitpakken als onderdeel van het product, niet als de bescherming eromheen.

Bouw het kanaal, bezit het moment

In 2001 opende Apple eigen winkels, omdat de bestaande retail de Mac onvoldoende kon laten zien: demonstratie, uitleg en merkpresentatie schoten tekort. Analist David Goldstein gaf het concept twee jaar; daarna zou Apple volgens hem het licht uitdoen op “a very painful and expensive mistake”. In 2012 stonden de Apple Stores volgens RetailSails bovenaan in de Amerikaanse retail: ruim 6.000 dollar omzet per vierkante voet, twee keer zoveel als nummer twee, Tiffany & Co.

De les is niet: open winkels. De les is: controleer waar mensen je ervaren, en als dat kanaal je product geen recht doet, bouw dan je eigen kanaal.

Hetzelfde gold voor het moment. De Stevenote had een vaste dramaturgie: het probleem opbouwen, de bestaande oplossingen als schurk, het product als ontknoping, “one more thing”. De iPhone-presentatie van 2007 werd zelf wereldnieuws, maanden voordat er één toestel te koop was. Lees de geheimhouding vooraf dus niet alleen als paranoia, maar ook als voorraadbeheer: nieuws kun je maar één keer verkopen.

Wat NeXT bewijst

Tot zover het heiligenverhaal. Nu het deel dat het interessant maakt.

Dezelfde man, dezelfde esthetiek en hetzelfde lanceringstheater leverden bij NeXT geen massamarkt op. Het eerste model, een workstation van 6.500 dollar, vond een niche; in totaal verkocht NeXT zo’n 50.000 computers. De Power Mac G4 Cube (2000): prachtig, en in juli 2001 al stilgelegd wegens te weinig vraag. Marketing versterkte Apple waar product, prijs, kanaal en timing samen klopten. Waar dat niet zo was, redde geen keynote het.

Daarom is Jobs geen bewijs dat klassieke marketing dood is. Hij is het bewijs van het omgekeerde. Bij Apple was marketing nooit de afdeling die achteraf communiceert; het was de logica waarmee product, prijs, distributie en communicatie in één hand werden gehouden. Zo zijn de vier P’s ooit bedoeld: niet als vier afdelingen, maar als één systeem.

Ook het geen-marktonderzoek-frame verdient die correctie. De volledige uitspraak (BusinessWeek, 1998): “It’s really hard to design products by focus groups. A lot of times, people don’t know what they want until you show it to them.” Het ging over focusgroepen als ontwerpmethode, niet over klanten negeren. Jobs wees klantinzicht niet af; hij wantrouwde het oordeel van mensen over iets waar ze nog geen referentiekader voor hadden. Als laatste filter telden zijn eigen smaak en oordeel. Dat is het enige onderdeel dat je niet kunt kopiëren.

De analyse

Wat hiervan wél is over te nemen, is de volgorde en de discipline. Vier vragen om je eigen marketing langs te leggen:

  1. Staat je merk ergens voor, of somt het op wat je levert?
  2. Begint elk plan bij wat de klant moet ervaren, of bij wat de fabriek kan?
  3. Kan je beste verkoper elk aanbod in één zin samenvatten?
  4. Wat heb je dit jaar geschrapt?

Wie deze vier niet kan beantwoorden, heeft geen communicatieprobleem maar een keuzeprobleem. Dat is waar maand één van elk programma begint: je marketing doorgelicht, de keuze aan je directietafel, en het eerste al gemaakt. Inclusief die ene zin.

Verder lezen: Mentale beschikbaarheid over waarom gekend worden de helft van winnen is, en Strategie is uitsluiten over waarom nee zeggen positioneert.